|
|
||
|
Weefselkweek is een vermeerderingsmethode voor planten die ingezet kan worden als zaaien, scheuren, delen, of normale stekmethoden niet het gewenste resultaat geven. In principe is het een vorm van stekken (vegetatieve vermeerdering). Alleen wordt bij weefselkweek niets aan het toeval overgelaten. Bij
weefselkweek wordt alleen dat deel van de plant, waar ook de daadwerkelijke
groei plaats vindt (het groeipunt), onder ideale (kunstmatige)
omstandigheden geplaatst.
De planten staan in een kweekcel in bakjes met een voedingsbodem:
dit is een gelei-achtige substantie die alle benodigde groeistoffen in
een makkelijk opneembare vorm bevat. De plant wordt zelfs zover geholpen
dat de fotosynthese (omzetting van licht in suikers) uit handen
wordt genomen. Daarbij wordt wel kunstlicht gegeven om de plant groen
te houden. In feite ligt het plantje "aan de kunstmatige beademing".
|
|
|
|
Het minuscule plantje ontvangt de nodige prikkels (veelal uitgekiende hormoonpreparaten) voor snelle groei en vertakking. Sommige planten vertakken zo sterk dat ze hele bosjes vormen. Vakmensen noemen dat 'clumbs'. Andere planten groeien meer in de lengte. Daarvan vormt iedere bladoksel een nieuwe 'stek'. Om de zes tot acht weken worden de plantendelen gesplitst, en worden de afzonderlijke groeipunten weer op nieuw uitgeplant. De snelheid van vermeerding is in deze fase afhankelijk van de vermeerderingsfactor: het aantal groeipunten wat per keer gesplitst kan worden. In het algemeen ligt deze factor tussen de 2 en 5. Een voorbeeld: vermeerderingsfactor3 en een teeltcyclus van6 weken: we starten met 10 planten na zes weken zijn er dat derig, na 12 weken 90, na 18 weken 270 etc. etc. Zodoende zijn er na een jaar meer dan zestigduizend planten! |
||
| Pagina 1 van 4. | <<terug | verder>> |
|
|
||