Toepassingen (vervolg)

Voorbeelden

Als voorbeeld een praktijkgeval:

Een kweker brengt een plant aan met door hem gezochte eigenschappen (vorm, kleur, maar bijv.ook goede groei of resistentie) in week 1. Na doornemen van de plannen wordt de plant ingezet. Dit levert in week 4, vijf gezonde scheuten gereed om in te zetten.

Dit kost weer enkele weken. Dan starten we dus in week 8 met vijf meristemen. Voor de eenvoud van dit voorbeeld beschouwen we dit als één partij. In de werkelijkheid wordt per meristeem (per kloon) geadministreerd, om ook later in de kwekerij verschillen te kunnen achterhalen.

Na zes weken (teeltcyclus) vermeerderen de planten in dit voorbeeld tot 15 (vermeerderingsfactor derhalve 3).

Vervolgens hebben we iedere zes weken drie maal het aantal planten waar we de vorige cyclus mee besloten, verminderd met een per gewas verschillend uitvalpercentage. Als voorbeeld hanteren we hier 5%.

Nu gaat de partij snel in omvang toenemen:

Week
start
resultaat
bewortelen*
doorgaan
14
15
43
0
43
20
43
123
0
123
26
123
350
50 **
300
32
300
855
50 **
805
38
805
ca 2300
in overleg ***
overleg

* bedoeld wordt inzetten op medium met bewortelingshormonen. Nog steeds in het lab dus. Pas na deze fase, doorgaans zes weken, kunnen planten uitgeleverd worden aan de kwekerij.

** zodra de partijomvang dit toelaat worden proefplantingen gedaan.

** in overleg wordt een planning gemaakt. Sommige gewassen vergen jaarrondlevering, anderen weer met seizoenen.

Al met al: opstarten neemt al snel een half jaar of meer in beslag. Het produceren van grote aantallen wordt mogelijk na een periode van circa acht maanden. De snelheid is afhankelijk van de vermeerderingsfactor en de cyclusduur.