Meristemen: wat hoe en waarom
Meristeemcultuur en weefselkweek zijn begrippen die vaak verward worden. Weefselkweek is de verzamelnaam voor alle invitro- vermeerderingstechnieken. Meristeemcultuur is daarbinnen een specifieke toepassing.
Eigenlijk is weefselkweek gewoon een vorm van stekken. Bij meristeemcultuur wordt dit nog verder doorgevoerd. We nemen het alleruiterste groeipuntje (= meristeem) van de plant weg. In dit stukje weefsel zijn alle processen gericht op groei en vermeerdering. Doorgaans is het meristeem ook volledig vrij van ziekten zoals virussen.
Om zo'n klein stukje plantmateriaal uit te laten groeien tot volledige plant moeten de omstandigheden perfect zijn. Om die omstandigheden volledig te beheersen worden de meristemen doorgaans individueel in reageerbuizen met voedingsbodem geplaatst, in plaats van met grotere aantallen tegelijk in plastic kuipjes zoals normaal gebruikelijk is. Zelfs dan is de benodigde uitgroeitijd flink langer dan bij een normale weefselkweekstek.
Bij de meeste plantensoorten is het meristeem zo klein dat het alleen onder de microscoop uitgesneden kan worden. Dit is een precisieklusje waar behoorlijk wat ervaring voor nodig is.
De extra aandacht in snijden en opkweek, alsmede de langere uitgroeitijd en het grote uitvalrisico maken meristeemcultuur tot een dure techniek die alleen toegepast wordt als er duidelijk toegevoegde waarde is. Dat is vooral het geval indien de planten gegarandeerd ziektenvrij moeten zijn. In 90% van de gevallen betreft het dan virus besmetting.
Het proces van aangeleverde moerplant tot virusvrije uitgeleverde stek:
1. Allereerst wordt gestart met een normale inzetprocedure voor weefselkweek. Plantmateriaal wordt ontsmet, de juiste plantendelen (afhankelijk van soort) worden op voedingsbodem geplaatst en tot scheutvorming aangezet.
2. Is er eenmaal voldoende gezond materiaal dan wordt van enkele scheuten het meristeem weggenomen en op speciale voedingsbodem geplaatst.
3. Uitgelopen meristemen worden tot scheutvorming aangezet en enkele malen vermeerderd. Ieder meristeem krijgt zijn eigen kloonnummer en nakomelingen worden per kloon geadministreerd en opgeslagen.
4. Per kloon worden enkele plantjes opgekweekt tot volwassen planten en vervolgens bij een gespecialiseerd laboratorium ter toetsing aangeboden.
5. Aan de hand van de toetsingsuitslag worden de afgekeurde klonen (virus positief) verwijderd. Goedgekeurde klonen (virus negatief) gaan het normale vermeerderingsproces in en kunnen worden afgeleverd als "virus negatief getoetst".
